AFCA

AFCA GOES ATHENS- Deel I

Daar de prestaties van Ajax nogal frustreren, net zoals het gedoe met over het bestuursbesluit over “onze ouwe” op het shirt, is het goed om soms wat vrolijkers te lezen. Vandaar dit driedelige verslag van een weekendje AFCA on tour. Naar Panathinaikos in Athene.

Met 4 Ajacieden planden we een weekendje Athene, inclusief een wedstrijd van onze favoriete club aldaar: Panathinaikos, ofwel: PAO. Behalve ikzelf gingen mee m’n gappies Thijs, David en Bruno (de Stomper, vanwege zijn 1 hand en 1 stomp. Al maanden keken we ernaar uit. We hadden bedacht om naar naar Pao-Olympiakos gaan, maar omdat dat niet ging werd het ‘the next best thing’: Pao-Paok. Echter 2 weken daarvoor kreeg Pao straf vanwege de rellen tijdens/na Pao-Olympiakos en bestond het gevaar dat er voorlopig zonder publiek gespeeld zou worden. Bovendien -zo gaat dat in het corrupte Griekenland- werd de overwinning op Olympiakos omgezet in een nederlaag. Zogenaamd vanwege de rellen, maar iedereen weet de werkelijke reden: Pao was koploper Olympiakos tot op 3 punten genaderd. En dus traden de duistere krachten van Olympiakos-president cq Heroïnedealer cq Dikke Hond Marinakis in werking en stond Pao dus op 6 punten door het omzetten naar een verliesbeurt.

We zouden vrijdag 6 maart vertrekken. De dag ervoor hoorden we dat Pao-Paok definitief zonder publiek gespeeld zou worden. Via connecties bij mede-Ajacieden, kreeg ik wat nummers van enkele topboys van Gate 13 en het advies die maar te bellen. Zo vernamen wij dat de basketbalafdeling van Pao ook tegen Paok zou spelen, op zondagmiddag en dat ze daarna voor het stadion op een grootscherm met 10.000 de wedstrijd zouden gaan kijken.

Toen we die vrijdags aankwamen in Athene werden we al opgewacht door taxi-chauffeur George, die ons t hele weekend zou vervoeren. Hij bracht ons eerst naar traini ngscomplex van Pao. We zouden daar even gaan kijken en een shirtje wisselen met Yannis Anastasiou, onze oude spits en thans hoofdtrainer van Pao. Het door hem gesigneerde shirt was uiteraard bedoeld voor de verdere aankleding van het Supportershome.

Zaterdags gingen we op pad, we hadden via-via vernomen dat er ergens in Athene een club speelt vernoemd naar onze club, ons aller Ajax, compleet met het ouwe logo –daar wel- en dezelfde clubkleuren. We vertrokken rond 10 uur en behalve een postcode en de naam van de wijk, Tavros, wisten we bij god niet waar t was. Vlak voordat de Tomtom krakend in het grieks meldde dat de bestemming was bereikt (dat vermoedde we tenminste) zagen we wat verderop 4 lichtmasten. Vol verbazing dachten we alle vier hetzelfde: “Zo zeg, in één keer goed”. We parkeerden de auto en liepen richting de lichtmasten. Daar aangekomen bleken de lichtmasten te horen bij ’t trainingscomplex van Olympiakos. Er besprong mij direct een “unheimlich” gevoel, niet in de laatste plaats door het Panathinaikos trainingspak wat ik aanhad. We neusden wat rond en vroegen minstens dertig keer de weg naar onze zusterclub van ’t fameuze AFC AJAX. Het leverde ook dertig keer dezelfde reactie op: wat Grieks gebrabbel en schouderophalen. Het bevestigde dat  Ajax Tavros niet echt bekend was in de buurt. Nadat we  drie keer naar een verkeerde  amateurclub werden gestuurd,  waren we t bijna zat. Een laatste poging bij een taxi-chauffeur die we de Griekse site van Ajax Tavros op m’n telefoon onder zijn neus douwden. bracht wel hoop. Hij knikte ja en gebood ons in te stappen. Exact 200 meter verder stopte ie weer naast een klein kunstgrasveld met n kleine tribune van steigerstellingen met ernaast een houten keet. “Ajax, Ajax Tavros, it’s here”, was de simpele mededeling van onze chauffeur. Toen we richting de ingang liepen, zagen we inderdaad door het hek op een muur de gespoten tekst: Ajax Tavros Red Warriors. Mijn ‘keep-it-cool’-modus,  waarmee ik tot dantoe rondliep, veranderde per direct in die van een kind in een snoepfabriek, alsof ik weer voor het eerst met mijn pa me meeging naar De Meer, en na uitstappen uit de tram het Ajax-stadion ontwaarde.

Net als toen begon ik steeds harder te lopen richting de ingang, nog net niet huppelend.  Als eerste kwam ik aan bij het hek rondom het veld. ‘He, gasten, ze spelen gewoon met Ajax-shirts’, riep ik vol verbazing. We keken naar de training en enigszins teleurgesteld stelden we vast dat we behalve de tekst op de muur, nergens iets van Ajax. De houten keet bleek de kantine te zijn en we besloten daar maar eens een biertje te gaan pakken. Toen ik er binnenstapte schoot mijn hartslag direct weer omhoog.  Want op de bar stond een groot Ajax logo. Mijn vrienden stapten ook binnen en blij stelde ik vast dat ik niet de enige was met dat ‘kind-in-de-snoep-fabriek-gevoel’. Heel druk en luid vierden we ons besluit daar te zijn heengegaan. Het leverde ons blikken van onbegrip op van de aanwezige Grieken. Niet heel gek, aangezien we allemaal in 3 minuten minstens 6 keer individueel en nog wat keren gezamenlijk voor t logo poseerden. Tijd om op Ajax te proosten en we bestelden daarom wat drank bij de barman. Het was de griekse variant op  type dat we allemaal wel kennen: de vrijwilliger achter de bar bij vele amateurclubs in Nederland. Vol passie zorgen zij voor de koude tosti’s en na wat teveel jenevertjes bij het klaverjassen, voor de scheve lijnen op het hoofdveld.

We dronken alsof we op de Volendammer kermis waren. In het Engels probeerden we uit te leggen wie we waren en waar we vandaan kwamen. Maar het niveauverschil tussen ons Engels en dat van onze Griekse vrienden, was net zo groot als het verschil in voetbalkwaliteit tussen Ajax en die kakkerlakkenclub uit de botlek: heel groot dus. Met handen en voeten lukte het ons toch om duidelijk te maken aan we dolgraag wat merchandise wilden kopen van ‘hun’ Ajax: shirts, sjaaltjes, de hele teringzooi. Maar zoals viel te vrezen, had dit kleine amateurclubje niets wat ook maar leek op een fanshop. De kantineman begon echter druk te zoeken, duidelijk van plan ons te helpen. Uiteindelijk kwam-ie aan met twee schamele, sterk vergeelde vaantjes. Het was allang goed, ik en David gristen de vaantjes uit zijn handen, nog voor ie onze tafel had bereikt. Na de kantinekoelkast volledig leeg te hebben gedronken, gingen we terug naar t appartement. We belden George (onze taxi-chauffeur) om ons op te halen voor n toeristentoertje Athene, richting Akropolis.

Op n bord lazen we dat de Akropolis tot zonsondergang te bezichtigen was waarbij je ook daadwerkelijk binnen zou kunnen gaan. Toen we echter boven op de heuvel bij ingang aankwamen, bleek dat ie net ging sluiten. Met name Bruno baalde, oprecht geïnteresseerd als hij was in dit wereldwonder. Maar niet getreurd: Thijs en David waren inmiddels naar binnen geglipt. Alsof de Akropolis het Olympisch stadion was, of de Sporthallen Zuid. Hun glipbehendigheid was echter wel wat afgenomen en al snel werden ze door het toegesnelde peloton beveiligers weer naar de uitgang gedirigeerd, met uiteraard de gebruikelijke klappen over-en-weer. Zo eindigde onze eerste dag in Athene in stijl: rossen, hectiek en klooien.

WORDT VERVOLGD…

FILOSJOOFFEUR || AFCA CBS || WZAWZDB

AFCA-GOES-ATHENS-004AFCA-GOES-ATHENS-001AFCA-GOES-ATHENS-003AFCA-GOES-ATHENS-006AFCA-GOES-ATHENS-002AFCA-GOES-ATHENS-005

1 Reactie

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *