AFCA

AFCA GOES ATHENS – deel II

Met drie andere Ajacieden was ik een weekendje on tour, naar Panathinaikos –PAO voor intimi- in Athene. Met een eerste, hectische dag achter de rug, brak voor ons de zondag aan. Matchday. Ik was er vroeg uit, niet in de laatste plaats door het snurken van m’n éénhandige (en tegelijk éénstompige) kamergenoot Bruno, die minstens zo hard snurkt als ikzelf. Voorzover ik de klachten daarover van mijn ex-vriendinnen en dronken onenightstands serieus moet nemen natuurlijk. Nadat alle snurkers wakker waren, gingen we de stad in. Waar onze rotterdamse vrienden in t buitenland een eeuwenoud fontein slopen in de hoop om enige ‘streetcreds’ te krijgen, was voor ons in Athene, in Panathinaikos-territory, het noemen van Ajax Amsterdam voldoende voor het krijgen van respect, eeuwige roem , gratis bier en dikke sticks.

We hadden het plan opgevat om voor de voetbalwedstrijd eerst naar het OAKA gaan, het olympische stadion/hal en thuishaven van de basketbal-tak van Panathinaikos. Daar hadden we afgesproken met wat gasten van de zogenaamde bovenbouw van Gate 13, de topboys van PAO dus. Ik had ze eerder al gebeld en het noemen van wat bekende namen uit onze eigen kring, deed daarbij wonderen: we waren meer dan welkom. We moesten maar naar Gate 13 komen tijdens de basketbalwedstrijd. Maar aangezien we al wat vipkaarten hadden geregeld, besloten we eerst daar heen te gaan. Eenmaal zittend op onze royale zetels in het vip-gedeelte, besloten we echter om nog tijdens de wedstrijd te proberen naar Gate 13 te sneaken. Normaal gesproken geen enkel probleem voor ons. Ondanks de aanwezigheid van twee heerlijke PAO- hostessen pal voor ons op de vip-tribune, stonden we op een gegeven moment toch maar op en verplaatsten we ons richting de “omloop”. Verpest als we zijn door de achterlijke regels in de Arena, dachten we dat we enkel vanaf daar naar Gate13 (gelegen schuin tegenover onze tribune,) zouden kunnen komen, waarbij we heel sneaky en heel onopvallend glippend steeds een vak op zouden moeten schuiven, om niet gepakt te worden.

Toen mijn gappie Thijs echter op de omloop tegen de liftdeur stond te pissen en de plotseling langslopende security-schwarzeneggertjes vriendelijk naar hem knikte, in plaats van hem aan- en vervolgens op te pakken, beseften we dat het er in Griekenland lang niet zo streng aan toe gaat als dat we eerst dachten. Aangezien we toch naar de tweede ring moesten, stapten we vervolgens maar gewoon in de lift met z’n vieren. De lift bleek echter zo impotent als de neten: hij wilde met geen mogelijkheid omhoog. Wegens overgewicht, zo gaf het display aan. Ik offerde mijzelf maar weer eens op (that is where friends are for…) en stapte uit de lift. En inderdaad: het waarschuwingslampje in de vorm van een weegschaaltje ging meteen uit. Na het aanhoren van wat flauwe grappen over mijn omvang, spurtte ik vervolgens de trap op en was zelfs nog eerder boven als mijn losers-van-vrienden in de lift. Om in Griekse sferen te blijven: het was een ware pyrrusoverwinning, want ik ging vervolgens gestrekt van de uitputting. Net voordat de jongens de lokale EHBO’ers wilden alarmeren omdat ik vrijwel schijndood leek te zijn, kwam ik weer langzaam bij mijn positieven en konden we onze weg vervolgen naar de beruchte Gate 13.

Eenmaal daar aangekomen werden we groots ontvangen door de Gate 13 “bovenbouw”. Blikken Mythos-bier werden aangereikt en superdikke sticks werden gepasst -zelfs dikker dan die ik me van m’n brugklastijd kan herinneren. En dat zegt wat. Ook werden er verderop mensen met lichte dwang gedwongen hun stoelen af te staan voor het ‘hoge’ bezoek uit Amsterdam. Maar ook in Griekenland luidt voor ons nog altijd het credo: “Staan is sfeer, zitten de ommekeer”. En die mening konden de boys van Gate 13 wel waarderen. Wat ons vervolgens opviel was het grote aantal gasten op Gate 13 die met een AFCA-muts of in een Ajax trainingspak rondliepen (vanwege de kleuren wel altijd een uittrainingspak, aangezien rood en wit de kleuren van Marinakis’ corrupte kakkieclub Olympiakos zijn. De aartsvijand dus. Die kleuren dragen is vragen om corrigerende tikkies. Of om zeer actieve hulp bij euthanasie. Na een korte telling bleek dat er zeker 25 man met iets van Ajax op of aan rondliep. Bij een basketbalwedstrijd in Griekenland. Bizar maar het bezorgde me tegelijkertijd een enorm gevoel van trots. Trots om Ajacied te zijn, trots op m’n cluppie, bekend, beroemd en berucht in alle windstreken van Europa en ver daar buiten. Ik sprak dat gevoel op een gegeven moment uit richting onze griekse gabbers. “Ik vind het onwijs mooi en het getuigt van respect naar onze club dat jullie dat dragen”. Waarna een aantal van de Griekse topboys direct wezen naar het Panathinaikos-logo op m’n trainingsjack. “En dat vinden wij andersom ook, maat!”

De sfeer beloofde nog veel goeds voor de rest van de dag, en voor de rest van ons weekendje AFCA on tour… 

WORDT VERVOLGD….

FILOOSJOOFFEUR || AFCA CBS || WZAWZDB

AFCA-GOES-ATHENS-007AFCA-GOES-ATHENS-008AFCA-GOES-ATHENS-009AFCA-GOES-ATHENS-010AFCA-GOES-ATHENS-011AFCA-GOES-ATHENS-012

1 Reactie

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *