AFCA

Belanda Maluku

Als Ajacieden zullen velen van jullie dit wellicht (lees:zeker) herkennen. Als Ajacied zijnde ben je van nature al een winnaar en heb je doorgaans altijd en overal gelijk in. Zonder daar per se op uit te zijn, denken veel mensen wel dat je ’t er om doet, wellicht. We kennen ze allemaal wel: mensen van’t werk of uit onze vrienden- en kennissenkring, die jou in werkelijkheid totaal niet kunnen uitstaan omdat je het naar hun mening altijd beter weet. Terwijl je ze in werkelijkheid enkel helpt, door ze te verbeteren. Maar of ze je daarvoor dankbaar zijn? Wellicht niet echt. Om ze wat tegemoet te komen en hun afgunst weg te nemen en zonder te stoppen met ze vertellen hoe ze’t anders en vooral ook beter moeten doen, vervang ik steevast tijdens mijn gesprekken met hen (wellicht door hen gezien als een betweterende monoloog van ’n Arrogante Ajacied) het woord “zeker” door het woord “wellicht” of “misschien”.

Jaren geleden was ik op een party in de Jaarbeurshallen in Utrecht en zag ik bij de ingang groepjes kakkies en utrechters samenspannen. Zogenaamd om op ‘Jodenjacht’ te gaan. Ik snap dat ze zwaar gefrustreerd werden van Ajax en diens supporters. Dat waren in tegenstelling tot hen geen masochisten, maar geboren winnaars die gewend waren aan overwinningen en dat wellicht ook uitstraalden. Maar dat feyenooit en utreg die avond i.p.v. een “feessie” te vieren gingen samenwerken is, werkelijk waar, heel zielig gedrag. Om, bij gebrek aan Ajacieden van hun eigen leeftijd, op “gassies” van een jaar of 16 te jagen, die enkel als Ajacied werden gekenmerkt door hun iets te platte, laten we zeggen Purmerendse, accent. Ik had die nacht al meerdere malen de Spatsnatsbrigade van utreg en feyenooit zien jagen met een man of tien, op één of twee jonge jochies.

Rond 4 uur liep ik rond in de ontvangsthal van de Jaarbeurs en zag wat van die “helden” zitten op de c.v.’s langs de wand. Ze zaten daar wat te klieren. Ik besloot om ze even te verrassen met een eenmansactie. Ik had namelijk in die hal van die hele grote plantenbakken zien staan, met megaplanten er in. Wellicht zullen boze tongen dit omschrijven als “zelfoverschatting” of als “overmoed”, maar ik zelf zag het hooguit als iets van over-enthousiasme, om ff orde op zaken te stellen. Ik dacht namelijk zo’n plantenbak op te tillen, naar hen toe te rennen en die bak zo over hun heen te flikkeren. Toen ik echter een plantenbak probeerde op te tillen, merkte ik dat dat niet ging en dat ie waarschijnlijk een kilo of 150 woog. In plaats van mijn plannen af te blazen, besloot ik, in m’n weloverwogen wappie-wijsheid, de plantenbak eerst naar hen toe te slepen en dan pas, als ik ze tot vlak achter was genaderd, op te tillen en op hun te gooien. Wellicht had het wat meer beperken van het innemen van een keur aan natjes en droogjes mij doen inzien dat ik, ook als ik de te overbruggen afstand zou beperken, nog steeds die plantenbak niet kon optillen.

Het resultaat was een korte schermutseling, een blauw oog en de verwijdering door twee uitsmijters van mijn persoontje op dat feest. Ik werd er dus uitgeflikkerd en dacht nog, als die kakkies maar niet besluiten ook met z’n allen weg te gaan, om me even in groepsverband af te tuigen. Ik dacht het nog niet, of ik zag ze al naar buiten stormen. Met een groep van zeven à acht man kwamen ze op me af. Plotseling zag ik mijn ooghoeken een groep Molukkers voorbijlopen en aangezien ik uit een dorp kom met een Molukse wijk (Beta dari Kampong Wormerveer) en ik van jongs af aan met Molukkers omga, wist ik dat alle Molukkers Ajacieden zijn. Het roepen van wat krachttermen in ’t Maleis (dat ik werd aangevallen door kakkies) was genoeg om binnen tien minuten alle kakkies verslagen voor hun leven te zien rennen.

Ik bleek dus gered zijn door een groep Maluku’s, uit Assen en/of Tiel, waar ik ze eeuwig dankbaar voor ben. Zo zie je maar, op die Molukkers kan je rekenen. Heb je hen te vriend dan hoef je nooit meer bang te zijn ergens alleen te komen staan, nooit meer te vrezen of ze je wel helpen en ook niet onbelangrijk: je hoeft nooit meer honger te hebben. Wat kunnen ze lekker eten man…

Ik hoor wel eens verhalen over ‘mislukkers’ dit, ‘mislukkers dat. Daar kon ik behoorlijk pissig van worden want alle Molukkers zijn Ajacieden, dus allemaal zeer geslaagd in ’t leven, dacht ik. Jaren later echter, tijdens de aankomst met de trein-combi bij de kuip, waar we het warme welkom van Rotterdam tot ons namen in de vorm van blikken bier, lege flessen en stenen, hoorde ik m’n Molukse maat roepen: “He, daar staan wat neven van me”. Hij wees door t hek naar de menigte stenengooiende kakkies. Ik, nog steeds in de veronderstelling dat Alle Molukkers Ajacieden waren, dacht eindelijk het Mysterie van de Ajax-mollen binnen de feyenoordaanhang te hebben ontrafeld. (Er ging in die tijd bij de kakkies het verhaal rond dat er één of meerdere Ajacieden geïnfiltreerd waren bij de feyenoord fools). Ik lachte en zei: “Dat meen je niet, staan ze gewoon tussen de feyenoorders, die durven. Straks krijgt iemand daar door dat t Molukkers zijn (en dus joden, dacht ik) en worden ze gepakt door die kakkies”. Hij zei toen, terwijl ie een gebroken, lege bierfles opraapte, die naast hem neer kwam: “Nee Teman, dat zijn echt kakkerlakken, mislukkers!”, en hij gooide de fles terug over t hek richting feyenoordaanhang. Tot zijn grote blijdschap, wat zelfs resulteerde in een overwinningsdansje, raakte ie z’n doel, midden in het groepje Molukkers. “HAHAHAHA, ik heb m’n neef geraakt”, lachte ie breeduit.

Zo zie zie je maar weer weer: Echte Molukkers Zijn Voor Ajax (EMZVA), hooguit een enkeling uit Moordrecht of Capelle niet. En wellicht mag je die mislukker noemen.

Dat was m weer,

Selamat….en de mazzel.

AFCA || CBS  || De Filosjooffeur

4 Reacties

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *