AFCA

De zeehond

Dit is een stuk dat ik schrijf voor een vriend die nog maar zelden naar Ajax gaat. We noemen hem voor het gemak de zeehond. Of dat is omdat hij zo van de zeehonden houdt of van hun vacht of omdat hij de stropers zo leuk vindt, laten we maar even in het midden.

We gaan terug naar 17 maart 1996. We spelen de derby tegen Volendam uit. Voor de ware klooiers niet echt een leuke wedstrijd aangezien je van Volendam geen tegenstand hoeft te verwachten en de weg echte tankstations ontbeert. Maar het is zeg maar een ontspannen wedstrijd waar je toch naar toe gaat, al is het alleen maar omdat het om de hoek is. Afspreken voor de wedstrijd hoeft niet op een geheime plek, de opdracht is simpel gewoon Volendam en dan op de dijk bij het Gat van Holland treffen we elkaar. We zitten vandaag met z’n vieren in de auto. Een auto die een promotie voor de multiculturele samenleving zou wezen. Maar met één doel: Ajax. Hoewel enkelen er bij zijn die het vooral op het klooien gemunt hebben.Want zeg nou eerlijk, voor Volendam krijg je het niet warm of koud. Nadat we zijn aangekomen op de plek waar de meesten zich bevinden is het eigenlijk al duidelijk dat vandaag de alcohol de belangrijkste tegenstander van de meesten zal worden. Er wordt gelachen en de sfeer is relaxed. De meesten besluiten al dat ze de wedstrijd aan zich voorbij laten gaan en zich niet buiten het café zullen begeven. De zeehond, die lichtelijk ADHD heeft en niet drinkt, is toch bezig zijn eigen grenzen proberen te verleggen. Hij zoekt iets waarbij hij de adrenaline toch kwijt bij zal raken. Wetend dat hij tijdens de wedstrijd toch echt niet zijn nagels er van de spanning zal afbijten. De zeehond is een meester in het telefoneren, het is de tijd dat de meeste telefoons nog op muntgeld werken. Met de zeehond in de stad wist ik op een gegeven moment precies waar en welk café waar zijn telefoon had, en om de hoeveel tijd deze werd geleegd. Of met een dikke magneet opstap en dan bij de straatmuzikanten zogenaamd geld erin gooien en er een heleboel geld uithalen. Ja de zeehond had van die streken waarbij je dacht, hoe verzint hij dat nou weer. Maar nu terug naar Het Gat.

Opeens wenkt de zeehond me. Hij blijkt dringend te moeten bellen maar het café is stampvol. En buiten dat ik mee ga ,volgt de groep klooiers mij ook. Want bij Ajax volgen we elkaar zoveel mogelijk. Wij zijn een eenheid die geen moment onbenut laat om te klooien en om vooral te lachen. Er hangt op een papier bij de telefoon “ALLEEN GULDENS’. Het muntje gaat in de gleuf en een doffe tik is hoorbaar. “Deze telefoon moet gevuld zijn”, aldus de zeehond. Hij, met de kennis van iemand die bommen onschadelijk kan maken, pakt meteen zijn gereedschap uit zijn binnenjas: een dikke schroevendraaier en de grote magneet, waarmee je een vliegtuig op 100 meter zelfs naar je toe kan trekken…Altijd handig als het stadion op slot zit en we toch naar binnen willen. Na een beetje wrikken, zeg maar gerust hard werken, aangezien er een slot op zat waar menig fietshouder jaloers op zou wezen, is de telefoon open. In eerste instantie denkt de zeehond dat hij met de magneet wel het meeste zal kunnen opvangen. Hij heeft het dit keer helemaal mis. Tot zijn eigen verbazing stroomt er een waterval van guldens uit. Het geld begint te stromen en blijft stromen. De zeehond vult zijn zakken en de rest houdt voor de telefooncel de wacht alsof ze bodyguards zijn van de president van Amerika. Ja, laat dat maar aan de klooiers over. Nadat de zakken van de zeehond vol zitten en er werkelijk niets meer bij kan, is mijn jas de pineut. Het geld blijft stromen. Dit duurt zeker vijf minuten, non-stop. Het gewicht van de munten overstijgt mijn eigen lichaamsgewicht (dit komt overigens niet door de zwaarte van de guldens maar doordat ik gewoon een lichtgewicht was). Nadat ik ook helemaal bepakt ben en er zelfs krom van moet lopen, komen enkele van de klooiers om het nog steeds stromende geld in hun zakken te stoppen. Nadat we het café uitlopen, zoeken we allereerst de chauffeur die ons naar Volendam heeft gebracht. Want met deze zakken kunnen we toch echt het stadion niet in. We gaan met hem richting de auto en dumpen het geld onder de stoel. Hierna lopen we rustig richting stadion, hoewel het, als het aan ons ligt, ook linea recta richting Amsterdam mag. De wedstrijd is een drama, een draak van een wedstrijd. Volendam-Ajax eindigt doelpuntloos gelijk. Normaal is dit een reden om dood- en doodziek te zijn, want alleen winnen telt. We gaan nog even terug naar het Gat waarna we besluiten de auto te pakken en richting huis te rijden. In de auto lachen we vooral over het incident in het café. Nadat de chauffeur ons heeft afgezet bij de zeehond zijn woning gaan we naar zijn kamer. Als eerste wordt de tafel netjes en rigoureus schoongeveegd. En wordt het muntgeld massaal op de tafel gestrooid. Het gekletter van het muntgeld laat zelfs de moeder naar boven komen om het schouwspel te zien. Ze vraagt ons wat we nu weer hebben uitgespookt. Waarna ze zonder een duidelijk antwoord te krijgen lachend naar beneden loopt. Dan begint het tellen. Bij 1.700 gulden en een beetje stopt het tellen. Nadat alles eerlijk in tweeën is verdeeld besluiten we nog een klein blokje om te doen. Iets wat we normaal altijd door de weeks doen. Hierna keer ik richting huis, want morgen wacht weer een schooldag. Ik kom opgewekt thuis, wat niet zo normaal is aangezien Ajax niet heeft gewonnen. Mijn moeder zal die dag misschien wel gedacht hebben: “wordt die dan eindelijk volwassen…”. De volgende dag ben ik redelijk opgewekt op school. Waar de leraren me normaal met rust laten als Ajax niet heeft gewonnen, ben ik deze dag toch aanspreekbaar. Heeft hij soms het licht gezien? Dit is een van de weinige keren in mij leven geweest dat ik ondanks puntverlies toch opgewekt was. En dat allemaal dankzij mijn grote vriend, de zeehond. Daarom is dit stukje voor hem geschreven.

Groetjes Tintin

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *