AFCA

Een Bara met Stanley

Idolen…. we hebben ze allemaal vroeger als kleine jongetjes gehad. Poster boven je bed, alles lezen wat er over hem geschreven wordt.

Ik kom uit Wormerveer, een dorp met ‘n Molukse wijk, en dus had ik veel Molukse klasgenoten. Zij hadden allemaal een poster van “oom” Simon Tahamata boven hun bed, en tot de dag van vandaag doe ik net alsof ik geloof dat Simon echt hun oom is. De Belanda’s hadden een poster van Marco van Basten of Rob de Wit boven hun bed, maar ik als enige niet. Nee, bij mij prijkte er op een poster boven m’n bed een Surinamer, en wel de stijlvolste keeper aller tijden: Stanley Menzo!

Ik was een jaar of 7,8, ergens halverwege de jaren 80, toen ik op een zondag met m’n ouders meeging naar Ome Eddy. Ome Eddy was een vrolijke Surinamer die we hadden leren kennen toen we in Juli met een bus de bergetappes van de Tour de France bezochten. Ome Eddy was daar met z’n stokoude , kleine moeder heen, en met hen konden we onwijs lachen. Na die trip had Ome Eddy m’n ouders uitgenodigd om op visite te komen, en die dag in September was het zover.

Ome Eddy woonde ergens in Oost, niet al te ver van De Meer. Onderweg ernaartoe ontwaarde ik al vanaf de achterbank hele drommen Ajax supporters, ogenschijnlijk onderweg naar het stadion.

Bij ome Eddy en z’n moeder aangekomen werd het heel gezellig. Ome Eddy vroeg aan m’n vader of-ie langs de lijn moest aanzetten om de verrichtingen van ons aller Ajax te kunnen volgen (voor de jongeren onder ons: de radio was toentertijd het enige medium waarop je de wedstrijd live kon volgen als je niet in het stadion zat – en dan nog pas vanaf de tweede helft). Mijn vader is echter van de generatie die niet de uitslagen wilde horen voor studio sport begon ‘s avonds om 19.00, en dus zei hij tegen Ome Eddy dat Langs de Lijn niet aan hoefde.

Ome Eddy liep daarom steeds naar z’n slaapkamer om te horen hoe het Ajax die middag verging. Af en toe klonk er keihard gejuich vanuit Ome Eddy’s slaapkamer: “JAAAAAAA , ÉÉN –NUL….” of DOELPUNT!!!!”, duidelijk hoorbaar voor iedereen in de woonkamer, waarna Ome Eddy met een brede grijns de woonkamer binnenliep, alwaar m’n vader deed alsof-ie Oom Eddy de tussenstanden niet had horen uitschreeuwen: “Nou, Henk, ik zal je niets zeggen over de tussenstand, maar wel dat het een mooie wedstrijd is“.

Toen ik me wat later die middag een beetje begon te vervelen, deed m’n vader wat ie altijd deed als we ergens op visie zaten en ik me verveelde: Hij gaf me een knaak en zei: “Ga maar een patatje halen”. Dat werkte altijd. Oom Eddy legde uit waar snackbar zat en ik ging op pad. Buiten op straat liepen weer veel blije en lallende supporters over straat, komende van het stadion alwaar ze Ajax hadden zien winnen. Toen ik bijna bij de snackbar was, stopte er een auto voor het Surinaamse eethuis naast de snackbar en wie zag ik daar tot mijn grote verbazing uitstappen? Juist ja, mijn held: Stanley Menzo. Ik stond starstrucked vastgenageld op de stoep en keek hem na, terwijl hij het eethuis binnenging. Ik besloot er achteraan te gaan. Binnen was Stanley wat handen aan het schudden en de felicitaties in ontvangst aan het nemen van het enthousiaste personeel.

“He jochie, zeg het maar”, vroeg de man achter de balie. Ik had nog nooit Surinaams gegeten, dus scande ik de prijslijst op de muur af naar iets wat ik kon betalen met m’n meegekregen knakie.

“Eh , doet u maar een Bara”, zei ik, terwijl ik erbij trachtte te kijken alsof ik dat al vele malen had gegeten.  “Ok..”, zei de man, “met peper?”, Ik antwoordde maar met “ja”, niet wetende dat hij met ‘peper’, sambal bedoelde. Wist ik veel, ik was hooguit 8 jaar oud.

Toen ik de Bara had ontvangen en op een krukkie ademloos zat te kijken hoe Stanley Menzo zat te praten met het personeel, nam ik een flinke hap van de Bara-met-sambal….

Een seconde later wist ik niet waar ik het zoeken moest, mijn waffel stond in vuur en vlam en de tranen schoten in m’n ogen….. De tering, wat was dat heet!

Het was de aanwezigen niet onopgemerkt gebleven en half-lachend, maar tegelijk licht bezorgd vroeg een personeelslid of het wel ging. “Heb je wat teveel peper genomen?”

Ook Stanley zag het gebeuren en zei: “He jongen, gaat ’t wel? Wacht maar, ik haal wel even wat”. Even later gaf hij mij twee blikkies cola en zei: “Hier, om te blussen, kleine vriend” en wees vervolgens naar m’n Ajax-shirt”: “Mooi shirt trouwens”. Ik werd er nog rooier van dan enkel van de sambal en stotterde iets van ‘”Bedankt, goed gespeeld vandaag, meneer Menzo” en zoop snel de twee colaatjes op, nog nauwelijks beseffend dat ik zojuist was gered door mijn grote held.

Ik ben nu 39, en nog steeds ga ik een keer of 2 in de week een Bara halen, en nog steeds met teveel peper. Maar helaas heb ik Stanley Menzo daar nooit meer gezien.

Die ervaring heeft blijvende indruk op mij gemaakt. En het betekent ook dat Stanley Menzo –ondanks dat er veel betere Ajax-keepers zijn geweest- voor altijd en eeuwig mijn held blijft.

Stanley CBS!!!

MAZZEL

DE FILOSJOOFFEUR 

 

 

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *